Pillar

10 min lezen

Preventief VSV-beleid voor gemeenten: van regionaal programma tot meetbaar resultaat

Per 1 januari 2026 verandert het speelveld voor gemeenten die werken aan voortijdig schoolverlaten. De Wet van school naar duurzaam werk vervangt de bestaande RMC-wet, verbreedt de doelgroep van 12-23 naar 12-27 jaar, en koppelt €196 miljoen aan een aanpak waarin scholen, gemeenten en doorstroompunten verplicht samenwerken in regionale programma's. Wie hier vóór heeft nagedacht over preventie, en niet alleen curatie, staat in 2026 op een ander startblok.

Dit artikel beschrijft hoe gemeenten hun VSV-aanpak inrichten in het nieuwe wettelijke kader, welke rol preventieve interventies op scholen spelen, hoe je effectief samenwerkt met mbo- en vo-instellingen, en waar maatschappelijke kosten-baten-rendement gerealiseerd wordt.

Wat verandert er op 1 januari 2026

De Rijksoverheid heeft in 2025 het wetgevingstraject afgerond voor wat formeel de "Wet van school naar duurzaam werk" heet. Vanaf 1 januari 2026 zijn scholen en gemeenten verplicht om te voorkomen dat jongeren tot 27 jaar zonder diploma of werk thuis komen te zitten. Drie kernveranderingen:

De doelgroep wordt breder. Een voortijdig schoolverlater is vanaf 2026 een jongere tussen 12 en 27 jaar (voorheen 12-23) die wel kwalificatieplicht heeft, maar geen diploma op mbo-niveau 2, 3, of 4, of voor havo of vwo. Dat is een aanzienlijke verbreding van de doelgroep waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn.

Regionaal programma wordt verplicht. Scholen, gemeenten en doorstroompunten moeten gaan samenwerken in een regionaal programma. Ze leggen daarin vast hoeveel leerlingen in hun regio zonder startkwalificatie van school gaan, wat ze gaan doen om die aantallen te verminderen, en naar hoeveel voortijdige schoolverlaters ze streven tussen 2026 en 2029.

€94 miljoen wordt regionaal verdeeld. Van de €196 miljoen die de Rijksoverheid jaarlijks beschikbaar stelt voor uitvoering van de wet, gaat €94 miljoen naar de regionale programma's. Per regio vraagt een contactschool de subsidie aan namens alle partners. De aanvraag voor het eerste programmajaar verloopt in de eerste helft van 2026.

Volledige uitleg: Wet van school naar duurzaam werk: wat moet je nu weten?

Twee bewegingen: curatief én preventief

Sinds 2002, met de invoering van de RMC-wet, is de aanpak van VSV in de praktijk vooral curatief geweest: leerlingen die uitvallen worden gemeld bij de gemeente, RMC-casemanagers begeleiden terug naar school of werk, en doorstroomcoaches motiveren waar het haalbaar is. Die aanpak werkt. Gemeente Utrecht liet recent zien met de Focusaanpak dat een outreachende benadering 75% meer schoolinschrijvingen en bijna 8% meer werkenden oplevert, met een netto maatschappelijk voordeel van €7,9 miljoen op een investering van €0,55 miljoen.

Maar curatief alleen is in 2026 niet voldoende. De nieuwe wet schuift expliciet richting preventie: voorkomen dat een jongere überhaupt uitvalt, in plaats van repareren nadat het is gebeurd. Dat vraagt een interventie eerder in de keten, terwijl de leerling nog op school zit.

Hier komt onderwijspartner-samenwerking om de hoek. Een gemeente kan VSV niet alleen oplossen. Scholen kunnen het ook niet alleen. Wat werkt, is een gezamenlijke preventieve aanpak waarin de gemeente structureel investeert in welbevinden en sociaal-emotionele competenties op scholen, en de scholen meetbare data leveren over groepen leerlingen die opvallend risico lopen.

De koppeling welbevinden en VSV is bewezen

Onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs en van Onderwijskennis.nl legt een direct verband tussen welbevinden, sociale veiligheid en uitval. Een lager ervaren welbevinden vergroot de kans op verzuim en uitval; jongeren die uitvallen lopen vervolgens een hoger risico op slechtere mentale gezondheid en sociale uitsluiting. De feedbacklus loopt twee kanten op, en daarmee is welbevinden een vroegtijdige indicator voor uitvalsrisico.

Dat betekent voor gemeentelijk beleid: als je welbevinden van leerlingen op scholen meetbaar kunt volgen, heb je een vroege waarschuwing voor de groepen waar uitval over twee tot drie jaar zal optreden. Die data is preventief inzetbaar, bijvoorbeeld door extra ondersteuning, schoolmaatschappelijk werk, of laagdrempelige interventies bij specifieke klassen of opleidingen.

Wat de gemeente kan doen op preventief vlak

Vier soorten interventies passen binnen het kader van de Wet van school naar duurzaam werk, en kunnen via het regionaal programma gefinancierd worden.

1. Structurele welbevinden-monitoring koppelen aan vroegsignalering

VO-scholen zijn al wettelijk verplicht jaarlijks welbevinden te monitoren en aan te leveren aan Inspectie. Voor mbo-instellingen is dit niet wettelijk verplicht, maar wel sterk aangemoedigd. Een gemeente kan in het regionaal programma afspraken maken dat alle aangesloten scholen, vo én mbo, een gestandaardiseerde welbevinden-meting uitvoeren. Die data kunnen scholen (privacy-by-design) delen met regionale partners op basis van onderlinge afspraken. Aggregatie op school- en regioniveau is in ontwikkeling.

Dat levert inzicht in wáár in de regio uitvalsrisico opbouwt, in plaats van pas een melding krijgen als een leerling al is uitgevallen.

2. Sociaal-emotioneel leren op scholen ondersteunen

Sociaal-emotioneel leren, het systematisch ontwikkelen van zelfbewustzijn, zelfregulatie, empathie, relationele vaardigheden en doelgerichtheid, is een van de meest evidence-based preventieve interventies tegen schooluitval. Internationale meta-analyses laten consistent positieve effecten zien op academische prestaties, welbevinden, sociaal gedrag en doorstroming.

Voor gemeenten is dit een natuurlijke kandidaat voor cofinanciering. Een populatiecontract waarin de gemeente bijdraagt aan de SEL-aanpak op aangesloten mbo-instellingen, levert preventie waar de uitval feitelijk ontstaat: in de klas, voor de melding bij doorstroompunt.

Voor onderwijspartner-perspectief: Sociaal-emotioneel leren in het mbo

3. Brug tussen vo en mbo versterken

Een van de bekendste uitvalrisicomomenten is de overstap vo naar mbo. Leerlingen die in het vo nog adequaat begeleid werden, raken op het mbo zoek in een grotere structuur met andere verwachtingen. Veel uitval in het eerste mbo-leerjaar is herleidbaar tot deze overgang.

Een regionaal programma kan investeren in: warme overdracht tussen vo-mentor en mbo-SLB-coach, gezamenlijke welbevinden-data over de overgang heen, doorlopende leerlijn SEL die in vo gestart en in mbo voortgezet wordt. Dit vraagt expliciete samenwerking tussen vo-besturen, mbo-instellingen en gemeente, precies wat de nieuwe wet faciliteert.

4. Outreachende benadering naar kwetsbare jongeren

De Utrechtse Focusaanpak laat zien wat outreachend werken oplevert: jongeren zonder schoolinschrijving worden actief opgezocht, niet aangeschreven en gewacht tot ze zelf komen. In 2024-2025 wist Utrecht 90% van de 1.822 jongeren in de doelgroep daadwerkelijk te bereiken, met als resultaat onder andere 72 nieuwe schoolinschrijvingen en 100 jongeren met een baan.

Belangrijke nuance: outreachend werk is curatief. Het richt zich op jongeren die al zijn uitgevallen of dreigen uit te vallen. Het werkt het best in combinatie met preventieve interventies eerder in de keten.

Het populatiecontract-model

Voor gemeenten die structureel willen investeren in onderwijs-gerelateerde preventie, is een populatiecontract een werkbaar instrument. In de basis: de gemeente financiert structureel een vaste set interventies (welbevinden-monitoring, SEL-curriculum, mentorlessen-ondersteuning) bij een onderwijspartner, gekoppeld aan harde outcome-doelen op groepsniveau.

Voordelen voor de gemeente:

  • Voorspelbare kosten in plaats van casegebonden uitgaven
  • Geaggregeerde data over welbevinden en risico-indicatoren
  • Onderbouwing van het regionaal programma met meetbare interventies
  • Maatschappelijke kosten-baten-onderbouwing voor B&W en raad

Voordelen voor de onderwijspartner:

  • Stabiele financiering voor structurele preventie
  • Onderbouwing voor kwaliteitsverantwoording
  • Versterkte positie in de regionale samenwerking

Een populatiecontract werkt niet als afzonderlijk inkooptraject. Het werkt als onderdeel van het regionaal programma, met de contactschool en de gemeente als gezamenlijke aanvragers. De €94 miljoen die jaarlijks naar regionale programma's gaat, kan hier doelgericht in worden ingezet.

Maatschappelijke kosten-baten: de cijfers achter preventie

Wethouders en raden vragen onderbouwing. De Utrechtse Focusaanpak leverde de cijfers waarop gemeenten anno 2026 hun beleid kunnen funderen:

  • Investering: ongeveer €0,55 miljoen per jaar (personele inzet)
  • Maatschappelijk netto-voordeel: €7,9 miljoen
  • Mechanisme: hogere private inkomsten (jongeren in werk en opleiding), hogere belastinginkomsten, lagere zorgkosten, lagere criminaliteit-gerelateerde kosten

Dit zijn cijfers voor de curatieve component. Voor preventieve interventies in het reguliere onderwijs is de business case anders maar minstens zo overtuigend: elke jongere die niet uitvalt, spaart de samenleving niet alleen de directe begeleidingskosten, maar ook de aanzienlijk hogere kosten van een langduriger onderbroken loopbaan. Preventie is daarmee niet alleen ethisch maar ook economisch zwaarder dan curatie.

Wat te doen in de eerste helft van 2026

Voor gemeenten die nu of in 2026 hun VSV-aanpak willen ijken op de nieuwe wet, ligt er een concrete agenda.

Q1 2026: inventariseer welke contactschool in jouw regio de subsidieaanvraag voor het regionaal programma gaat doen. Indien dit nog niet helder is: zorg dat deze keuze gemaakt wordt vóór de aanvraagdeadline.

Q2 2026: werk met de contactschool en de overige onderwijspartners aan de inhoudelijke invulling van het regionaal programma. Specifiek: welk percentage van het budget gaat naar curatieve aanpak (RMC, doorstroompunt, outreachend werk) en welk percentage naar preventieve interventies in het reguliere onderwijs? Een gezond programma reserveert minstens 25 tot 35% voor preventie.

Q3 2026: start de operationele uitvoering van de preventieve interventies, parallel aan de bestaande RMC-uitvoering. Maak afspraken over data-uitwisseling tussen onderwijspartners en gemeente.

Q4 2026: eerste meetmoment van de preventieve interventies (welbevinden-data op klasniveau, geaggregeerd op schoolniveau). Begin met evaluatie van wat werkt en wat niet, en bouw dat in de programmacyclus van 2027.

Specifieke uitleg: Regionaal programma VSV aanvragen: stappenplan voor de contactschool

Wat dit voor jouw gemeente betekent

Drie scenario's, drie vervolgstappen.

Gemeente met sterke RMC-aanpak, beperkte preventie: jouw kracht ligt curatief. De nieuwe wet vraagt nu een uitbreiding richting preventie. Identificeer 1 tot 2 onderwijspartners (mbo-instelling, vo-bestuur) en verken een pilot waarin welbevinden-monitoring en SEL gefinancierd worden binnen het regionaal programma.

Gemeente die net aan een nieuwe aanpak begint: jouw voordeel is dat je vanaf nul kunt ontwerpen. Bouw direct in: curatieve RMC-functie + preventieve schoolpartnerschap + outreachende component. De drie componenten samen vormen het sterkste preventief-curatieve geheel.

Gemeente met bestaande populatiecontracten op jeugdhulp: verken of vergelijkbare contractvormen werkbaar zijn voor onderwijs-gerelateerde preventie. Het model is bekend; de toepassing op onderwijs is nieuw maar verdedigbaar binnen de wet.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen RMC-functie en doorstroompunt?

De RMC-functie (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie) is de gemeentelijke taak om voortijdig schoolverlaters te registreren en te begeleiden. Een doorstroompunt is de operationele uitvoeringseenheid waar dit gebeurt; vaak ondergebracht bij of in samenwerking met de gemeente, soms regionaal georganiseerd. Beide blijven onder de nieuwe wet bestaan, met versterkte mandaten.

Wanneer moet de subsidieaanvraag voor het regionaal programma 2026 ingediend zijn?

De exacte deadline wordt door OCW per regio gecommuniceerd via de contactschool. Voor het eerste programmajaar (2026) loopt het aanvraagtraject in de eerste helft van 2026.

Welke onderwijspartners doen mee aan het regionaal programma?

In de basis: alle mbo-instellingen met vestigingen in de regio, alle vo-scholen, eventueel pro- en vso-scholen, samenwerkingsverbanden vo, en de gemeenten in de regio. Per regio zijn er soms aanvullende partners zoals werkgeversorganisaties, GGD of jeugdhulpaanbieders.

Is preventieve SEL-investering subsidiabel binnen het regionaal programma?

Ja, voor zover het past binnen de doelstelling van het programma (minder voortijdig schoolverlaten en betere begeleiding van kwetsbare jongeren) én er gemeten effect aan gekoppeld wordt. Plug-and-play SEL met geaggregeerde welbevinden-data voldoet aan beide eisen.

Wat is het verschil met de bestaande RMC-aanpak?

De nieuwe wet versterkt de RMC-functie, verbreedt de doelgroep van 12-23 naar 12-27, maakt regionale samenwerking verplicht, en koppelt structurele financiering (€94 mln per jaar) aan regionale programma's. De RMC-functie blijft bestaan; de wettelijke context eromheen wordt steviger.

Kan een gemeente een populatiecontract aangaan met een onderwijspartner?

Er is geen wettelijk beletsel. In de praktijk worden populatiecontracten op het terrein van jeugdhulp al breed toegepast. Toepassing op onderwijs-gerelateerde preventie is een uitbreiding die past binnen het kader van de Wet van school naar duurzaam werk, mits het regionaal programma er ruimte voor maakt.

De volgende stap

Wil je verkennen hoe preventieve onderwijsinterventies passen in jouw regionaal programma? Drie ingangen:

  1. Voor beleidsmedewerkers: lees de uitleg van de Wet van school naar duurzaam werk en hoe het regionaal programma is opgebouwd.
  2. Voor RMC-coördinatoren of contactscholen: bekijk hoe welbevinden-monitoring met het Spiderweb-framework inzicht geeft op klas-, school- en regioniveau.
  3. Voor wethouders en bestuurders: plan een verkenningsgesprek over hoe een populatiecontract op preventieve onderwijsinterventies past in jullie regionaal programma.

De Wet van school naar duurzaam werk is geen administratieve update. Het is een herijking van hoe Nederland uitval voorkomt. Gemeenten die in 2026 preventie en curatie tegelijk inrichten, met meetbare interventies en structurele samenwerking, leveren in 2029 cijfers waar B&W, raad én jongere wat aan hebben.

Breng het EQ van je leerlingen in kaart.

Doe de KlassencheckPlan een gesprek